Boerenzwaluw - Hirundo rustica
Is de bekendste zwaluw. Broed vanaf mei in schuren, op zolders, in schuurtjes, onder bruggen in een nest van een halve kom van klei. Vaak twee broedsels. Zang is een lang aangehouden kristalhelder gekwetter. Trekt in augustus - oktober naar het zuiden en keert terug eind maart - april.
Huiszwaluw - Delichon urbica
Is te herkennen aan de witte stuit. Broed in kolonies op gebouwen in dorpen, steden en op het platteland en metselt een bolvormig nest met nauwe opening aan de bovenkant, vaak onder overhangende daken. Jaagt op grotere hoogte dan de boerenzwaluw. Trekt in augustus - begin oktober naar het zuiden en keert gemiddeld 3 weken later dan de Boerenzwaluw terug, in april - mei, maar tot begin juli kunnen ze zich soms nog in een kolonie vestigen.
Gierzwaluw - Apus apus
Broed in kolonies in steden en dorpen, onder dakpannen, in boomholten, nestkasten en in muurnissen. Groepen vliegen vaak met grote senelheden rondom broedplaatsen. Ze laten dan opvallend gierende doordringende geluiden horen. Trekt vanaf eind juli tot in augustus naar het zuiden en keert pas eind april - begin mei terug maar trekt nog door tot half juni.