Hier ben je:  

Oude tijd

De Bevolking

Noord Groningen 2000 jaar geledenVolgens huidige algemeen aanvaarde archeologische inzichten kwamen de oudste bewoners rond 600 v. Chr. uit de stroomgebieden van de Noord-Duitse rivieren Weser en Eems en naast het houden van vee leefden ze van de visvangst, en op de hoogste delen van de kwelder ook van akkerbouw en handel. Maar..... vondsten van de laatste jaren, onder terpen en wierden, wijzen er op dat dit gebied al in de nieuwe steentijd, zo'n 3000 voor Christus, bewoond was. Dit volk noemt met wel de "trechterbekercultuur", ze zijn voornamelijk bekend om hun trechtervormige aardewerken bekers en de hunebedden. De laatste fase van de Nieuwe Steentijd tot de midden-Bronstijd en het midden van de Romeinse Tijd zijn relatief onbekend. Over de laat-Romeinse Tijd tot ongeveer 900 is daarentegen relatief veel kennis beschikbaar.

In de loop van de IJzertijd kwamen er steeds meer migranten uit het Drentse achterland.

Het grote aantal vindplaatsen van inheems aardewerk uit de ijzertijd, toont aan dat mensen zich in korte tijd over het gehele gebied verspreidden. Uit de vondsten uit de terpen en wierden zelf, blijkt dat dit welvarende gemeenschappen waren, die het aan vrijwel niets ontbrak. De vondsten tonen ook aan dat dit gebied een veel aantrekkelijker woongebied was dan tot halverwege de 20e eeuw toe werd aangenomen. Er blijkt een doorlopende bewoning in het kwelderland geweest te zijn van meer dan zeshonderd jaar. Achttien generaties terpbewoners leefden als welvarende mensen (vnl boeren) in een rustige, vruchtbare omgeving.

Hun gebied lag aan de rand van het continent en werd begrensd door de Noordzee aan de ene en uitgestrekte hoogveenmoerassen aan de andere kant.

Ontvolking

Aan het eind van de Romeinse tijd, in de 3e eeuw, raakte het Noorden weer ontvolkt.

Even massaal als de mensen achthonderd jaar eerder waren gekomen, vertrokken ze weer, een handvol inwoners achterlatend.

Zeevaarders

In de vijfde eeuw na Christus kwamen toch weer nieuwe bewoners. Het waren zeevarende immigranten uit Scandinavië en groepen Angelen en Saksen uit het gebied van de Duitse kust die over zee naar het kwelderland kwamen. Ze betrokken de oude wierden. Het bestaan was goed en de bedreiging van de zee gering, opgegraven voorwerpen wijzen op intensieve handels- en culturele contacten met zowel gebieden ver in het zuiden als de andere zijde van de Noordzee. Uit de vroege Middeleeuwen dateren een aantal voorwerpen waarin runen zijn geritst, het wijst op sterke relaties met Scandinavie en Engeland. Beroemd is de heilwens op een taxushoutje stokje gevonden in de wierde van Westeremden.

Frankische tijd

In de 8e eeuw bezetten de Frankische koningen in vrij korte tijd de Friese landen, waartoe ook Noord-Groningen behoorde. In hun kielzog werkten zendelingen als Bonifatius, Willehad en Liudger en in de negende en tiende eeuw werd het Noorden gekerstend.

In deze negende en tiende eeuw werden de kuststreken van tijd tot tijd lastig gevallen door de Noormannen, maar ook vonden incidentele overstromingen plaats.

Dichtslibbing rivieren

Natuurlijke dichtslibbing van de Fivelboezem in de 11e eeuw en menselijke activiteiten als roggeverbouw op veen, het ontwateren van de uitgestrekte veengebieden ten zuiden van het kweldergebied, turfwinning en zoutzieden leidden tot bodemdaling en een steeds slechtere waterstaatkundige situatie.. Rond deze tijd wierpen de bewoners van deze streek de eerste dijkjes op, ze verbonden voor deze dijk-aanleg de hoger gelegen plaatsen in het landschap. Deze dijkjes werden ook gebruikt als wegen en zijn nog steeds in gebruik en nog steeds te herkennen aan hun slingerende loop.

Dijkenlandschap

Een van de duidelijkste voorbeelden van een oude dijk waarop een weg loopt is de weg tussen Oosterwijtwerd en Holwierde. zicht
Deze foto is genomen vanaf die weg, het dorp ligt in de achtergrond. 

Latere wegen lopen recht en evenwijdig aan elkaar.

Onder leiding van de kloosters werden grote gebieden omdijkt en in de twaalfde en dertiende eeuw werd de Fivelboezem bijna helemaal ingepolderd.

Het dijkenlandschap dat ontstond is duidelijk te onderscheiden van het wierdenlandschap.